KRC Genk en uitvaartspecialist DELA lanceren nieuw rouwritueel
Voetbalstadion als aanvulling op bezoek aan begraafplaats
19 december 2025

Voetbalclub KRC Genk heeft voor de allereerste keer in haar bestaan een ingetogen herdenkingsmoment gehouden in een volledig lege Cegeka Arena. 200 familieleden kwamen op een doordeweekse avond naar het stadion om warme verhalen over hun overleden dierbaren, allen KRC Genk-supporters, met elkaar te delen. De voetbalclub en uitvaartspecialist DELA spelen met het warme initiatief ‘Forever a Genkie’ in op de veranderende rouwcultuur in ons land. “Bijna de helft van de Belgen gaat nog zelden of nooit naar het kerkhof. Maar dat betekent niet dat we onze overleden dierbare niet willen gedenken. Een voetbalstadion is voor voetbalsupporters een mooie aanvulling op hun rouwproces,” klinkt het.
Een stadion zonder voetbalmatch en zonder tienduizenden uitzinnige supporters. Enkel een intieme sfeer en een pakkende lichtshow, die de plaatsen van overleden supporters nog één keer laat oplichten. Dat is de setting van Forever A Genkie, een nieuw rouwritueel dat voetbalclub KRC Genk samen met uitvaartspecialist DELA lanceert. Tijdens dat herdenkingsmoment staat de Genkse voetbalfamilie voortaan elk jaar stil bij de supporters die hen het voorbije jaar hebben verlaten.
“In alle sereniteit, weg van de drukte op matchdagen. Zo willen we onze supporters hun overleden dierbaren laten eren. En dat in een verbonden sfeer op een plek die hen vertrouwd is. Het moment van verbondenheid biedt families de tijd en ruimte om hun dierbaren te herdenken daar waar zoveel herinneringen werden gedeeld: het stadion van onze club.”
Erik Gerits, Head of Community van KRC Genk
Veranderende rouwcultuur
KRC Genk heeft al sinds enkele jaren in samenwerking met DELA een herdenkingsmuur binnen in het stadion. Met het initiatief Forever a Genkie gaan de club en de uitvaartspecialist nog een stap verder om supporters te helpen omgaan met verdriet om een overleden dierbare. Samenkomen en herinneringen ophalen in de ingetogen setting van een zo goed als leeg, maar intiem verlicht stadion, sluit helemaal aan bij de veranderende rouwcultuur in België.
“Bijna de helft van de Belgen (47%) bezoekt nog zelden een begraafplaats. Ongeveer vier op tien gaan een paar keer per jaar, meestal op bijzondere dagen naar het graf van een overleden naaste. Dat betekent niet dat we onze dierbaren vergeten, maar de drempel om een kerkhof te bezoeken, ligt voor sommige mensen in onze maatschappij vandaag te hoog. Dit rouwritueel vervangt een bezoek aan het kerkhof niet, maar biedt voetbalsupporters net als de herdenkingsmuur in het stadion - waar supporter voor de match een dierbare even dag komen zeggen - een extra alternatief om stil te staan bij de dierbaren die ze missen.”
Sylvie Maes, woordvoerster van DELA
200 warme supportersverhalen
Het evenement Forever a Genkie vindt zowel binnen aan de herdenkingsmuur van de Cegeka Arena plaats als buiten in de tribunes. Op beide locaties stonden voor de eerste editie ruim 200 familieleden stil bij de dierbare die ze missen in hun leven. Elk dragen ze een warm verhaal met zich mee. Zo ook Carlos Rodriguez, vader van Raul Rodriguez die in november 2025 op 21-jarige leeftijd overleed.
“Het is echt een heel mooi initiatief. Het herdenkingsmoment raakte me diep. Het toont dat KRC Genk, zoals ik het altijd al heb gekend, een echte familieclub is. Tegelijkertijd is het ook moeilijk, want we hebben Raul nog maar een maand geleden moeten afgeven. Zijn naam op de schermen zien verschijnen, dat komt wel binnen.”
Carlos Rodriguez
Raul en zijn vader volgden samen alle wedstrijden van KRC Genk. De laatste vijf jaar was het voor Raul erg zwaar om nog naar het stadion te komen, maar toch kon hij nog twee wedstrijden live meemaken.
“Raul was een echte Genkie, tot in zijn laatste wens toe. Op zijn kist lag een sjaal van KRC Genk en hij wilde begraven worden in Genk, dichtbij het stadion. Ook de koffietafel vond plaats in de Cegeka Arena. Ik zal KRC Genk altijd dankbaar zijn. Dit toont hoezeer KRC Genk er echt is voor haar supporters.”
Carlos Rodriguez




