Belgische e-commercefederatie Becom: “Drietrapsraket nodig om toevloed van Chinese pakjes te stoppen”
Met enkel de (tijdelijke) Europese heffing van 3 euro per product per pakje van buiten de EU zullen we de toevloed van Chinese pakjes op de Belgische markt niet stoppen. Dat stelt Becom, de sectorfederatie die de Belgische webshops vertegenwoordigt. Hoewel naar schatting 93% van de pakjes hierdoor getroffen wordt, zal het nog steeds rendabel blijven om miljarden pakjes vanuit China in te vliegen, waarvan een groot deel niet veilig, soms zelfs ronduit gevaarlijk, en niet duurzaam is. Ondertussen blijven de Belgische online handelaars geconfronteerd worden met oneerlijke concurrentie van buiten de EU. Daarom pleit Becom voor een drietrapsraket die een bredere en coherente aanpak omvat.

- De pakjestaks is niet voldoende, een Europese datahub is noodzakelijk
De Europese taks is noodzakelijk, maar onvoldoende. Ze versterkt de Europese en Belgische begroting en kan de groei van impulsaankopen licht afremmen. Maar zelfs met €3 extra per pakje blijven miljarden pakjes rendabel en zullen ze de Europese markt blijven overspoelen.
Het probleem is groot: via de luchthaven van Luik kwamen vorig jaar naar schatting meer dan 1,4 miljard pakjes toe, voornamelijk uit China en hoofdzakelijk zendingen ‘zogezegd’ onder de 150 EUR die volgens de huidige Europese invoerregels vrijgesteld zijn van invoertarieven. Dat is oneerlijk tegenover lokale handelaars die op hun invoer wél tarieven betalen. Bovendien blijkt uit controles dat 40% van de uit China ingevoerde producten niet in overeenstemming is met de EU-wetgeving. Een simpele rekensom leert: 40% van 1,4 miljard pakjes = meer dan een half miljard niet-conforme zendingen. De pakjes “gewoon tegenhouden”, stockeren of vernietigen op koste van de belastingbetaler is niet mogelijk noch wenselijk. Indien België unilateraal maatregelen neemt, komen de pakjes waarschijnlijk simpelweg via andere Europese lidstaten ons land binnen.
Europa kan als geheel de import beperken of verbieden, maar alleen wanneer daar sterke motieven voor bestaan, zoals volksgezondheid, milieu of oneerlijke concurrentie. Die motieven lijken wel degelijk aanwezig, dus wat Becom nodig vindt op Europees niveau is:
- Het tegenhouden van goederen die niet aan Europese regels voldoen
- Een importheffing op alle invoer, ongeacht de waarde van het pakje
Dat laatste is voorzien, maar daarvoor moet eerst de Europese datahub operationeel zijn, deze is gepland tegen 2028. Die datahub heeft belangrijke en noodzakelijke doelstellingen, zoals het verminderen van administratieve lasten, het vereenvoudigen en centraliseren van data, verbeterde veiligheid door die gecentraliseerde data én minder kosten voor de handelaren. Zo evolueert de douane van papieren aangiften naar een datagedreven, realtime toezichtmodel.
Die datahub moet er dus zo snel mogelijk komen, maar is nog geen allesomvattende oplossing.
2. "Trust but verify", via dataverificatie
Indien de douane effectief binnenkort een digitale datastroom binnenkrijgt, moet deze nog steeds gecontroleerd worden. Want de data in de datahub zijn voornamelijk declaratief. De data worden met andere woorden door de buitenlandse handelaar zelf aangeleverd. Volgens het ‘Trust, but verify’ principe, pleit Becom ervoor dat we de aangeleverde data controleren met behulp van AI en geverifieerde datastromen. Artificiële intelligentie en dataverificatie kan verdachte zendingen snel identificeren op basis van gewicht, waarde, herkomst of eerdere meldingen. Zo niet, zal de stroom van niet-conforme producten niet afnemen.
Bovendien zal in de komende jaren met wetgeving zoals het DPP, het Digital Product Passport, elk product verplicht over een uitgebreid datapaspoort moeten beschikken. Deze data kan mee opgenomen worden in het controleproces.
Om overtreders te vatten, moet de Belgische Douane extra middelen krijgen. Daarom is het belangrijk dat het deel van de Europese pakjestaks (25% van 3€) dat België toekomt, geherinvesteerd wordt in de opzet van een ‘controle’databank, extra scantechnologie en bijkomend digitaal geschoold personeel voor de Belgische Douane. Met een invoer van 1,4 miljard pakjes in België en meerdere producten per pakje, zou theoretisch dit deel op veel meer dan 1 miljard euro inkomsten kunnen worden geraamd.
3. Pre-clearance en fast en slow lanes
Overtreders één voor één administratief benaderen is onwerkbaar. Terugsturen is juridisch vaak niet mogelijk. Vernietigen kost handenvol geld voor de douane en sector. Vandaag kan de douane namaak en niet-conforme producten tegenhouden, maar de handhaving is versnipperd en inefficiënt. Buitenlandse online verkopers en platforms ondervinden daardoor nauwelijks structurele gevolgen. Daarom pleit Becom ervoor om een systeem van pre-clearance en fast/slow lanes in te stellen. Importeurs, zelfs als zij niet de fysieke eigenaar van de goederen zijn zoals bijvoorbeeld bij marktplaatsen of platformen het geval is, zouden als “deemed importer” kunnen geregistreerd worden. Daarbij zijn zij verantwoordelijk voor:
- productveiligheid
- correcte waardebepaling
- inning van btw en invoerrechten
Platforms die hun verantwoordelijkheid opnemen, kunnen via een “fast lane” importeren met minder controles. Platforms die dat niet doen, moeten geweerd kunnen worden of aan strengere controles onderworpen worden. Vernietiging van producten moet dan ook op kosten van de (deemed) importeur komen op straffe van verlies van de invoervergunning.
Hoe zou dit systeem er in de praktijk kunnen uitzien?
- Pre-clearance vóór aankomst in de EU: Data-checks en controles moeten plaatsvinden vóór vertrek van het vliegtuig. Niet-conforme zendingen worden geblokkeerd aan de bron.
- Fast lane / slow lane bij aankomst: Conforme platforms krijgen snellere doorgang. Andere importeurs worden intensiever gecontroleerd, onder meer via volledige scanning en inzet van trusted flaggers. Dit vergt verregaande automatisering. Zo dient de douane verder uitgerust te worden met bijkomend digitaal geschoold personeel en scanningsapparatuur.
Op termijn vindt Becom het een goed idee dat ook milieudifferentiatie toegevoegd wordt aan het systeem van de Europese heffing. Daardoor zou er bijvoorbeeld een hogere heffing kunnen komen op luchtvracht of retourgevoelige producten. Dat stimuleert import in bulk en lokale herverpakking, wat werkgelegenheid in Europa kan versterken.